HGPSpacerVechten om de genen

De wereld na de ontrafeling van het menselijk genoom

In 1990 werd het Human Genome Project officieel op de rails gezet. De Amerikaanse overheid reserveerde een budget van 3 miljard dollar en gaf de beste onderzoekers vijftien jaar de tijd om het menselijke genoom volledig in kaart te brengen. De opdracht luidde: identificeer de meer dan 80.000 menselijke genen en bepaal de exacte opeenvolging van de 3 miljard chemische bouwstenen van het menselijke DNA. De researchers overtroffen zichzelf en op maandag 26 juni 2000 maakten Amerikaanse en Britse wetenschappers bekend dat ze klaar waren met een eerste ‘kladversie’ van het menselijke genoom. Een gedetailleerde definitieve versie kan over twee jaar zijn afgewerkt. Tijd om ons even te buigen over de medische, economische en ethische gevolgen van deze wetenschappelijke prestatie.

Het menselijk lichaam telt circa 10.000 miljard cellen die elk een kern bevatten met daarin 23 paar chromosomen. Elk chromosoom bestaat uit twee langgerekte DNA-moleculen die als een wenteltrap om elkaar heen zijn gewikkeld. Iedere DNA-molecule is opgebouwd uit vier chemische componenten – nucleïnezuren – die miljoenen keren worden herhaald en worden aangeduid met de letters A, T, C en G. De volgorde van die componenten is uitermate belangrijk omdat ze bepaalt wie we zijn. Specifieke sequenties van A’s, T’s, C’s en G’s zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de kleur van onze ogen of van ons haar. Andere sequenties bepalen dan weer hoe vatbaar we zijn voor bepaalde ziekten of hoe we ons zullen gedragen in allerlei omstandigheden. Iedere sequentie die bepalend is voor een eigenschap of een lichaamsfunctie, noemen we een gen.

Geletterde mensen

Het Human Genome Project inventariseerde dus alle menselijke genen en ging de volgorde van alle A’s, T’s, C’s en G’s na. Als we die inventaris vergelijken met een boek, dan zijn de chromosomen de 23 hoofdstukken van het boek. Ieder hoofdstuk bevat duizenden alinea’s, de genen. En elke alinea bestaat uit vele duizenden letters, de A’s, T’s, C’s en G’s. Tussen de verschillende alinea’s door staan vele miljoenen letters die op het eerste gezicht geen betekenis hebben omdat ze geen onderdeel zijn van de genen. Zij zijn er enkel om de alinea’s ‘op de juiste plaats’ te houden. De alinea’s – de genen dus – bevatten slechts 5 procent van alle letters in het boek.

Dit ‘boek’ zal de medische wetenschap ongetwijfeld een geheel nieuwe wending geven. Volgens de meest optimistische prognoses zullen mensen over pakweg vijf jaar bijvoorbeeld even bij de huisarts langslopen om er wat cellen van de binnenzijde van hun wang te laten wegschrapen. Een week later kan de arts hen dan vertellen of ze een verhoogd risico lopen op hartziekten of op kanker aan de dikke darm bijvoorbeeld. Als inderdaad zou blijken dat iemand een of andere vorm van kanker kan ontwikkelen omdat één van zijn of haar genen een ‘defect’ blijkt te vertonen, is er nog geen reden tot paniek. Op basis van de geavanceerde kennis van het menselijke genoom zullen ook nieuwe therapieën worden ontwikkeld om verscheidene aandoeningen die vandaag nog een fatale afloop kennen, te bestrijden of zelfs te genezen.

Hier komen duidelijk ook ethische problemen om de hoek kijken. Mensen van wie genetisch onderzoek heeft aangetoond dat ze een aangeboren aanleg hebben voor hart- en vaatziekten zouden het bijvoorbeeld wel eens moeilijk kunnen krijgen een passende baan te vinden of een levensverzekering af te sluiten. Om meteen ook de ethische, juridische en sociale aspecten van de ontrafeling van het menselijke genoom te analyseren heeft de Amerikaanse overheid beslist zo’n 3% van het enorme budget voor het Human Genome Project aan het zogeheten ELSI-onderzoek te spenderen. ELSI staat voor Ethical, Legal and Social Implications. Dat dit geen luxe is, bleek nog maar eens toen de discussie losbarstte over het patenteren van de kennis van de menselijke genen…

Gepatenteerde diefstal?

Om de staatskas niet al te zeer te belasten met de enorme investeringen voor het Human Genome Project, besloot de Amerikaanse overheid ook privé-bedrijven in te schakelen in het onderzoek. En in mei 1998 maakte één van die privé-ondernemingen, Celera Genomics, bekend dat het op eigen houtje de opeenvolging van de chemische bouwstenen van het menselijke DNA in kaart zou brengen. Craig Venter, de eigenaar van Celara Genomics, beweerde dat hij de klus sneller, zuiniger en wellicht ook beter kon klaren dan de trage geldverslindende onderzoekscentra van de overheid. Het voorbeeld van Celera kreeg al gauw navolging en ook Incyte Pharmaceuticals distantieerde zich van het officiële onderzoeksproject. Maar in tegenstelling tot Celera zal Incyte zich speciaal gaan toeleggen op de ‘commercieel interessantere delen’ van het genoom en zal het bedrijf de resultaten van zijn onderzoek niet vrijgeven en zelfs beschermen met dure patenten. Incyte zal zich dus in de eerste plaats concentreren op de genen die verantwoordelijk zijn voor aandoeningen als taaislijmziekte, Parkinson, Alzheimer, Duchenne en diverse vormen van kanker. Als een ander farmaceutisch bedrijf geneesmiddelen wil gaan ontwikkelen op basis van de kennis van één van de genen die door Incyte zijn gepatenteerd, moeten er meteen al royalties worden betaald, nog vóór het onderzoek iets heeft opgeleverd.

De plannen van Incyte hebben er ongetwijfeld toe geleid dat het officiële genoomproject gevoelig werd versneld en dat de researchers vijf jaar vóór de geplande einddatum al met een ‘kladversie’ van het genoom naar buiten kwamen. Op deze wijze konden ze Incyte immers het gras voor de voeten wegmaaien. Het lijkt dus alsof een beetje concurrentie ook hier wonderen heeft gedaan, maar er is meer aan de hand.

Volgens Alan Williamson, die tot voor een paar jaar de research van Merck Pharmaceuticals leidde, zal de ontcijfering van het menselijke genoom sneller leiden tot nieuwe doeltreffende geneesmiddelen en therapieën als de informatie over het genoom vrij beschikbaar blijft en niet wordt gepatenteerd. James Watson die in 1953 samen met Francis Crick, de structuur van het DNA ontdekte, formuleert het als volgt: ‘Wij beschouwen het menselijke genoom als een bijdrage tot de verdere ontwikkeling van de menselijke genetica, de biologie en de geneeskunde. Als deze kennis wordt gepatenteerd, vrezen wij dat ze voor velen onbereikbaar zal worden en dat zij die de informatie bezitten, niet de mensen zullen zijn die er ook zinvol gebruik kunnen van maken.’

ELSI blijft het antwoord schuldig

Celera speelt het in ieder geval subtieler dan Incyte. Net als de onderzoekers van het officiële Human Genome Project is Craig Venter van Celera ervan overtuigd dat alle gegevens over de volgorde van de bouwstenen van het DNA onmiddellijk openbaar moeten worden gemaakt. ‘Viermaal per jaar maken wij dan ook onze onderzoeksgegevens bekend,’ zegt Venter. ‘En precies door alle informatie vrij te geven, komen wij er sneller achter welk onderdeel van ons werk in aanmerking komt voor een patent.’ Celera stelt dus zijn databank met gegevens over het menselijke genoom tegen een relatief bescheiden vergoeding open voor alle bedrijven en laboratoria die er belangstelling voor hebben. Zo maakte het bedrijf op 19 juli 2000 bekend dat het contracten heeft gesloten met universiteiten in Texas, Cincinnati en Ohio voor het gebruik van zijn databank. Pas wanneer één van de gebruikers op basis van gegevens uit de Celeradatabank een mogelijke praktische toepassing ontdekt, worden de betreffende gegevens gepatenteerd. Venter gelooft duidelijk niet in de aanpak van Incyte: ‘Patenten kosten handenvol geld en de hoeveelheid genetische informatie die je per keer kunt patenteren, is erg beperkt. Daarom spelen wij het anders.’

Venter zwaait ook met het voorbeeld van Eli Lilly, het bedrijf dan in 1982 insuline op de markt bracht die was geproduceerd op basis van een gekloond menselijk gen. ‘Dat gen is niet de eigendom van Eli Lilly,’ beklemtoont Venter. ‘Maar het bedrijf heeft zich wel verzekerd van het recht om op grote schaal insuline te produceren en te verkopen op basis van de ontdekking van dat gen.’ Iets dergelijks wil hij ook doen met Celera. ‘En is dat verkeerd,’ vraagt Venter?

Het antwoord zou van ELSI moeten komen, het onderzoeksplatform dat zich over de ethische, juridische en sociale gevolgen van het Human Genome Project buigt. Maar uit die hoek komen vooralsnog geen sterke uitspraken. De officiële onderzoekscentra geven alle gegevens meteen vrij. De laboratoria die met privé-middelen werken, doen dat vaak niet. Zij willen immers winst halen uit hun kennis van de bouwstenen van het menselijke leven. Telkens wanneer een officieel onderzoekscentrum een succes boekt, gaat een winstkans voor de privésector verloren. De oorlog om onze genen zal dus nog wel een paar jaar in alle hevigheid woeden. En in oorlogstijd heeft niemand echt aandacht voor ethische, juridische en sociale kwesties…

Meer informatie over het HGP?

http://genomics.energy.gov/ — Een portaalsite die doorlinkt naar nagenoeg alle centra, werkgroepen, instanties en instituten die bij diverse genoomprojecten zijn betrokken. Een schat aan informatie voor wie zich echt in de materie wil verdiepen. Deze site is in eerste instantie voor wetenschappers bedoeld.

http://www.bioethics.upenn.edu/— Een rijkgevulde website over bio-ethiek.

http://ehrweb.aaas.org/ehr/books/index.html — Een boekje van de hand van Catherine Baker. In eenvoudig Engels beschrijft de auteur het opzet van het Human Genome Project en de wetenschappelijke technieken waarop het is gebaseerd. Zij onderzoekt ook alle ethische, juridische en sociale gevolgen van het project. De website bevat het volledige boek.

http://www.celera.com — De website van Celera Genomics.

http://www.Incyte.com — De website van Incyte Pharmaceuticals.

Notitie 2 maand na publicatie

Op maandag 12 februari 2001 hadden twee persconferenties plaats: één in in de Verenigde Staten en één in het Verenigd Koninkrijk (Cambridge). In de USA maakte Celera bekend dat het Menselijk Genoom helemaal in kaart was gebracht. In Cambridge UK deden de academici die niet bij het commerciële project waren betrokken hetzelfde, Beide teams waren tot de vaststelling gekomen dat de het menselijke genoom ‘slechts’ 25.000 tot 35.000 genen bevat. Wellicht zullen het er circa 30,000 zijn. Wij hebben dus evenveel genen als een fruitvlieg of een aardworm. De meeste genetisch bepaalde ziekten worden dan ook veroorzaakt door een samenspel tussen de genen, waardoor het dus wel moeilijker zal worden om een gentherapie tegen bepaalde aandoeningen te ontwikkelen. Het genetische materiaal tussen de genen blijkt vooral veel historische gegevens te bevatten, aangebracht door virussen en bacteriën.